Bel mij terug

Zoek op trefwoord

Filter

Kies een categorie

MBO EN BEDRIJVEN MOETEN SAMEN DE UITDAGINGEN AANGAAN

Interview
MBO EN BEDRIJVEN MOETEN SAMEN DE UITDAGINGEN AANGAAN

Sinds twee maanden heeft het mbo-vakmanschap een heus stand- beeld gekregen tijdens het ‘Dit is mbo Ambassadeursgala’. Het standbeeld gaat door Nederland reizen, met hulp van mbo-scholen en gemeenten, om te laten zien waar het mbo voor staat. Wie liever een mbo-ambassadeur in levenden lijve wil spreken, kan bij Adnan Tekin aanschuiven. De voorzitter van de MBO Raad is trots op de scholen in de mbo-sector en steekt dat niet onder stoelen of banken: ‘Het mbo staat er goed voor. De samenleving draait voor een belangrijk deel door de inbreng van mbo’ers.’

Volgens Tekin is de waardering voor het mbo de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen, mede dankzij oud­minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf. Dijkgraaf pleitte voor gelijke waarde­ ring van alle vormen van vervolgonderwijs. ‘In plaats van een ladder van ‘laag’ naar ‘hoog’ zien we het onderwijsstelsel graag als een waaier met verschillende opleidingen naast elkaar, allemaal met hun eigen kwaliteiten,’ aldus Tekin. Hij ziet dat de mbo­sector grote stappen heeft gezet op het gebied van inhoud, kwaliteit en regionale verbindingen. Ondanks de demo­ grafische veranderingen en het nog altijd levende beeld dat hoger onderwijs beter is, neemt de vraag naar mbo’ers toe. En dat is tegelijkertijd ook een grote uitdaging.

Samenwerking met het bedrijfsleven
Tekin benadrukt dat die grote uitdagingen waar het mbo voor staat, alleen succesvol aan te gaan zijn door sterke samenwerking in de regio tussen bedrijven en scholen. ‘Het bedrijfs­ leven in de regio en de mbo­scholen kunnen niet zonder elkaar. We hebben elkaar nodig om de regionale vraag helder op tafel te krijgen,’ zegt hij. Hij roept op tot nog nauwere samen­ werking om beter in te spelen op de tekorten op de arbeidsmarkt. ‘Je kunt dan ook echt voor de regio gaan opleiden. Juist vanwege de tekorten. Zodat ook het bedrijfsleven gebruikmaakt van de infrastructuur van het onderwijs.’

 

‹‹ Zonder subsidie wordt het
voor veel bedrijven moeilijk
om studenten te begeleiden ››

 

Over de rol van bedrijfsvakscholen metaal daar­ in: ‘Die zijn ons erg lief, mits het onderwijs door een roc, of een beroepscollege (verzamelnaam voor vakinstellingen en agrarische opleidings­ scholen ­ red.) wordt gegeven. Je moet dit ook in een goede samenwerking doen, want volgens mij kun je er dan meer win­win uit halen. Zie het ook als een uitnodiging om juist binnen die samenwerking nog meer te investeren in elkaar. Dus niet alleen op landelijk niveau – als op het niveau van de voorzitters, sectoren en branches – maar juist op regionaal niveau.’

De voordelen van een diploma
Na een piek is het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) in 2022­2023 weliswaar gedaald, maar het aantal is nog steeds hoog. Er zijn 30.245 vsv’ers in totaal, van wie 24.767 in het mbo. Tekin: ‘Corona heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Het online in plaats van fysiek kunnen oriënteren heeft geleid tot verkeerde studiekeuzes. Maar ook mentale weerbaarheid is een factor, net als armoede. Wij vinden sowieso dat jongeren een diploma moeten halen. Of dat nou via de bol­ of bbl­route gaat, maakt niet uit. Je staat gewoon voor je toe­ komst sterker in je schoenen. Je krijgt ook nog iets mee over burgerschap en persoonsvorming. En, wat niet onbelangrijk is op de arbeidsvloer; hoe ga je met je collega’s om? Welke skills heb je daarvoor nodig? Voor jongeren is het ook voor de langere termijn zonde als ze hun bbl niet afmaken.’

 

 

‘De bbl is wel conjunctuurgevoelig,’ nuanceert Tekin het succes van de bbl. ‘Gaat het goed met de economie, dan wordt er meer voor de bbl gekozen. Gaat het minder goed, dan is de bol meer in trek. De bbl werkt niet alleen goed voor jongeren, maar ook voor zij­instromers of oudere studenten. Toch is er ook een keerzijde. Jongeren die met name de afgelopen jaren in de bol zijn binnengekomen en dan voor de bbl kiezen, hebben daar moeite mee. Soms zijn ze nog te jong en onervaren om mee te komen in een intensieve werkomgeving.’

Techniekopleidingen en financiering
Techniekopleidingen staan bekend als duur vanwege de investeringen in machines en gereedschappen. Toch ziet Tekin meer in een goede samenwerking met bedrijven dan in een hogere bekostiging om die investeringen mogelijk te maken. ‘De scholen worden lumpsum gefinancierd en kunnen zelf kiezen waarin ze dit geld investeren. In de praktijk kiezen scholen dan ook om meer te investeren in techniek. Juist omdat ze de nieuwste technieken in de klas willen gebruiken. En als het echt niet toereikend is, dan kunnen ze natuurlijk altijd aan de bel trekken of in goede samenwerking met het regionale bedrijfsleven iets regelen; bedrijven die direct investeren in de school of via een bedrijfsvakschool. Dat laatste wel als onderdeel van een opleiding via het roc. Scholen kunnen niet zonder bedrijven, omdat die technieken zo snel gaan en lastig bij te benen zijn. Dus als je de krachten bundelt, kom je samen verder. En daar zijn al goede voorbeelden van.’

Subsidie praktijkleren
Een prima middel om de samenwerking tussen scholen en bedrijven te ondersteunen, is de subsidieregeling praktijkleren. ‘Zonder deze subsidie wordt het voor veel bedrijven moeilijk om studenten te begeleiden,’ zegt Tekin. Hij benadrukt dat de continuïteit van deze regeling belangrijk is voor het succes van de samenwerking tussen mbo’s en bedrijven. ‘De subsidieregeling praktijkleren hoort in die heel grote keten die we hebben tussen het onderwijs, het mbo en het bedrijfsleven. Zonder die subsidie wordt het voor veel kleine bedrijven lastig om juist in deze arbeidsmarkt en de vele orders die ze hebben, mensen vrij te maken voor de begeleiding van studenten. Volgens mij is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daar nu ook van doordrongen.’

Doorlopende leerlijnen en de LLO-katalysator
Het versterken van doorlopende leerlijnen in de techniek is cruciaal. Tekin verwijst naar het Sterk Techniekonderwijs, dat prachtige regionale voorbeelden biedt van succesvolle samenwerking. De Leven Lang Ontwikkelen­ katalysator stimuleert duurzame samenwer­ king in de regio’s. Voor dit project is 167 miljoen euro toegekend uit het Nationaal Groeifonds in 2022 en 2023, en nog eens 225 miljoen euro voorwaardelijk toegekend in 2024. ‘We pakken de energietransitie als voorbeeld om te zien hoe doorlopende leerlijnen eruit kunnen zien,’ legt Tekin uit.

Hybride docenten en de gouden poort
In het Aanvalsplan Techniek is de belofte gedaan om duizend hybride docenten op te leiden, maar dit blijkt in de praktijk lastig te realiseren door vooral dwarsliggende regelge­ ving en dichtgetimmerde cao’s. Tekin: ‘Het mbo heeft die hybride docenten heel hard nodig. Laten we samen optrekken om te kijken of we die belemmeringen kunnen wegnemen.’ Samen is wel het sleutelwoord voor hem: ‘De tekorten op de arbeidsmarkt en ook in relatie tot de techniek kan het mbo niet alleen oplossen. Dat wordt wel vaak gedacht, maar deze opdracht is te groot voor ons.

Het aantal studenten neemt af en dan is er ook nog schaarste in andere sectoren dan de techniek. De mbo’s kunnen al die tekorten niet alleen oplossen. Daar hebben we ook de samenleving, de politiek en natuurlijk het bedrijfsleven voor nodig. Daarom was ik destijds erg blij met het Aanvalsplan Techniek. Maar we zijn inmiddels wel anderhalf jaar verder… Mijn oproep is dan ook; laten we die volgende stap nu gaan zetten en woorden omzetten in daden!’