Bel mij terug

Zoek op trefwoord

Filter

Kies een categorie

Opleidingsfonds OOM

Onderwijs & arbeidsmarkt

In het kort

Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) zijn organisaties die door werkgevers- en werknemersorganisaties worden bestuurd en vanuit de eigen sector worden bekostigd. O&O-fondsen hebben als doel om sectorspecifiek zorg te dragen voor beter opgeleide medewerkers. Nederland kent inmiddels circa 200 opleidingsfondsen, waarvan OOM het opleidingsfonds voor mkb-metaalbedrijven is. OOM is dé aanjager en kennisdrager van opleiding en ontwikkeling in technisch vakmanschap. Koninklijke Metaalunie is van mening dat OOM zijn bestaansrecht meer dan bewezen heeft. Sterker nog, de overheid zou veel meer gebruik moeten maken van deze unieke (opleidings)infrastructuur. Bijvoorbeeld door OOM een formele positie te geven bij regelingen voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) – zoals het STAP-budget – en programma’s voor instroom van jongeren.

OOM
Opleiding, Ontwikkeling, Metaalbewerking (OOM) is het opleidingsfonds voor mkb-metaal. OOM is voor mkb-metaalbedrijven essentieel om het aanbod en het niveau van de vakbekwaamheid van (potentiële) werknemers op peil te houden. Metaalunie bestuurt – samen met vertegenwoordigers van werknemersorganisaties – de organisatie. De bekostiging van OOM vindt plaats door afdrachten van een percentage van de brutoloonsom van bedrijven. De afdracht aan OOM bedraagt 30 miljoen euro per jaar. De uitgaven bedragen een dito bedrag. De bekostiging is onderdeel van cao-afspraken. OOM is mede van belang voor mkb-metaal, omdat mkb-bedrijven veelal geen afdeling personeelszaken hebben en daarom de ondersteuning van OOM extra kunnen gebruiken. 

De belangrijkste onderdelen van de dienstverlening zijn:

  • cofinanciering van de opleidingskosten voor werkgever en werknemer (of leerling), o.a. LeerWerkBijdrage (bbl), Persoonlijke Trainingstoelage (50 procent met maximum van 800€);
  • aanjagen en versterken van instroom, leercultuur, eigen regie werknemers en daarmee LLO;  
  • ondersteuning van de opleidingsinfrastructuur van de sector, waaronder leerbedrijven(bbl en stages) en bedrijfsvakscholen; en
  • promotie van de sector (o.a. financiele ondersteuning van open dagen door bedrijven en deelname aan studiekeuzebeurzen) en informatievoorziening over opleidingen en trends (o.a. robotisering en digitalisering).


Instroom en behoud van vakmensen 
OOM is belangrijk voor het bevorderen van leercultuur bij bedrijven en eigen regie van medewerkers bij keuze voor een opleiding. Daarbij is er sprake van sectorgeld. Dit houdt in dat de opleiding volledig betaald wordt door de eigen werkgevers/werknemers vanuit de loonkosten. Sociale partners gaan daar dus zelf over en zij weten uit jarenlange ervaring en vele onderzoeken wat er wél en niet werkt op het gebied van scholing. Zo stimuleert OOM concreet per jaar:

  • bbl- en bol-leerweg voor 7500 jonge werknemers en 6000 stagiaires (circa 12 miljoen euro);
  • persoonlijke trainingstoelage voor 40.000 medewerkers (circa 13 miljoen euro);
  • zij-instroom en jobstart (circa 1,5 miljoen euro);
  • digitaliserings en arbeidsmarksprojecten (circa 1,5 miljoen euro); en
  • ontwikkel- en opleidingsplannen voor bedrijven (circa 300.000 euro).


Onterechte kritiek op “geld op de plank” en oppotten van gelden
Regelmatig poppen geluiden op dat O&O-fondsen (en dus ook OOM) veel geld oppotten en op de plank laten liggen. Onterechte kritiek. Er is namelijk strikt toezicht door de fondsbesturen dat de afdrachten ook daadwerkelijk worden uitgegeven en omgezet in bruikbare regelingen. Daarnaast hanteert OOM slechts een minimale weerstandsreserve om in tijden van het ontbreken van een cao de dienstverlening te kunnen continueren. Ook kritiek dat de afdracht plaatsvindt voor belasting en dat de overheid in feite meebetaalt is niet terecht, omdat ondernemers anders hun opleidingskosten weer van hun omzet kunnen aftrekken. Belangrijk is dat OOM zich ook rechtstreeks richt tot de werknemer met regelingen en eigen regie en de dialoog tussen werkgever en werknemer over opleiden bevordert. Precies wat de overheid ook beoogt met regelingen, zoals STAP. LLO is door OOM eigenlijk al lang geleden uitgevonden! Alle reden om dit unieke systeem in stand te houden en meer de aansluiting te maken tussen regelingen van de overheid voor LLO en OOM. 


Geef OOM een formele positie in Leven Lang Ontwikkelen (LLO)
LLO is een steeds belangrijker speerpunt van de overheid in het arbeidsmarktbeleid. Helaas komt LLO slechts mondjesmaat van de grond. Metaalunie meent dat OOM bij het LLO-beleidsprogramma een veel belangrijkere rol kan spelen. Met name door een betere matching en afstemming van regelingen. Als iemand een STAP-budget aanvraagt zou dat gematcht kunnen worden met een Persoonlijke Trainings Toelage (PTT) van OOM, zodat die persoon meer budget heeft en de arbeidsmarktrelevantie beter kan worden aangebracht door relatie met het beroepenveld in de sector. OOM heeft op dit moment ongeveer 100 opleidingen in het STAP-register laten opnemen, maar het is (nog) niet mogelijk om die te matchen. Dat zou de effectiviteit van LLO ten goede komen. Dit betekent dan wel dat een deel van de overheidsgeldstromen voor LLO via OOM moeten gaan lopen. 


Rol OOM initieel onderwijs
Ook in het initiële onderwijs (instroom van jongeren) kan OOM het niet alleen en is meer samenwerking met bedrijfsvakscholen essentieel. Zeker in bbl-opleidingen is de vergoeding vanuit het fonds aan bedrijven een belangrijke stimulans om deze zeer effectieve opleidingsvorm in stand te houden. Zonder financiële compensatie zou het voor veel bedrijven te duur kunnen worden. De extra bijdrage van de Subsidie Praktijkleren (SPL) vanuit de overheid is dus onontbeerlijk en gezamenlijk heeft deze opleidingsvorm een toekomst.     

Ook interessant