Ondernemers willen zekerheid en een vaste koers, zegt SGP-Kamerlid André Flach. Onduidelijkheid over regels, belastingen en energiekosten houdt investeringen tegen, terwijl er juist nu geld moet naar infrastructuur, industrie, energie en arbeidsproductiviteit. De SGP wil daarom langjarige afspraken tussen overheid en bedrijfsleven, minder regeldruk, lagere werkgeverslasten en meer aandacht voor MKB-maakbedrijven.
Een beter ondernemersklimaat begint voor Flach bij voorspelbaarheid. Ondernemers moeten niet alleen weten waar ze volgend jaar aan toe zijn, maar ook over een langere periode. Dat ontbreekt nu te vaak. “Ondernemers hebben baat bij een vaste koers”, zegt Flach. “Nu is er weer onzekerheid over de begroting van volgend jaar, laat staan dat helder is waar we op koersen over tien of twintig jaar.”
Investeren is nodig
Daarom wil de SGP een nationaal ondernemers-akkoord. Overheid en bedrijfsleven leggen daarin langjarige afspraken vast over investeringen, belastingen, regeldruk en het bredere vestigingsklimaat. Er moet ook worden geïnvesteerd in infrastructuur, industrie en energie, en dan met een scherp oog voor wat het mkb nodig heeft. Onzekerheid maakt bedrijven terughoudend, aldus Flach. Welke regels gelden volgend jaar? Hoe ontwikkelen de energiekosten zich? Welke fiscale maatregelen volgen nog? “We moeten af van zwabberbeleid”, zegt hij. Met duidelijkheid alleen ben je er niet: er moet ook echt geld beschikbaar komen om in de toekomst te investeren. Flach noemt een Nationale Investeringsinstelling als mogelijkheid. Ook particulier spaargeld zou makkelijker de weg naar de economie moeten kunnen vinden, bijvoorbeeld door de win-winlening in te voeren.
Woud aan regels uitdunnen
Meer investeringsruimte is niet genoeg, vindt Flach. Het aantal verplichtingen voor ondernemers moet ook fors omlaag. Hij kijkt daarbij liever naar de werkelijke last die regels voor werkgevers opleveren dan naar het aantal regels op zich. “Het woud aan regels moet echt fors uitgedund worden”, zegt Flach. Het kabinet zou zichzelf een ambitieus doel moeten stellen om de regeldruk terug te dringen en eerst de grootste knelpunten moeten aanpakken.
Zo’n knelpunt zijn de arboverplichtingen, die veel mkb’ers hoofdbrekens bezorgen. De SGP heeft zich daarom onder meer ingezet voor minder verplichtingen rond de risico-inventarisatie en -evaluatie en re-integratie. Ook financieel is volgens Flach een grens bereikt. Ondernemers moeten te vaak opdraaien voor hogere lasten, zegt hij: hogere energiekosten, gestegen arbeidskosten door minimumloon-verhogingen en de belastingdruk. Inmiddels leeft volgens hem zelfs een kwart van de ondernemers onder bijstandsniveau. “We willen dat bedrijven investeren in de toekomst van Nederland”, zegt hij. “Dus de SGP zegt: stop met het telkens verhogen van de rekening voor werkgevers.”
‹‹ De overheid moet ondernemers ook meer ruimte geven om met eigen middelen te investeren ››
Loondoorbetaling te lang
Ook het werkgeverschap zelf moet aantrekkelijker worden. Een belangrijk punt is voor Flach de plicht om een zieke werknemer twee jaar lang door te betalen. Vooral voor kleinere bedrijven kan langdurige uitval zwaar wegen. “De loondoorbetalingsplicht hangt bij veel mkb’ers als een molensteen om de nek”, zegt Flach. Twee jaar vindt hij buitensporig lang. In Duitsland duurt die verplichting bijvoorbeeld maar zes weken. De SGP is daarom voorstander van een kortere loondoorbetaling bij ziekte. Volgens Flach zouden werkgevers dan ook weer eerder bereid zijn mensen in vaste dienst te nemen. Steeds meer bedrijven schrikken daar nu voor terug, ziet hij.
Nieuwe innovatiemiddelen
Innovatie is volgens Flach eveneens belangrijk, maar hij ziet het risico dat het beschikbare geld vooral terechtkomt bij bedrijven die de weg naar subsidies makkelijk vinden. “Innovatie mag geen wedstrijd worden die alleen gewonnen wordt door bedrijven met een subsidieafdeling”, zegt hij. Veel MKB-maakbedrijven zijn uiterst innovatief, maar hebben niet altijd de tijd of de mensen voor ingewikkelde aanvraag-procedures. Soms weten ondernemers zelfs niet dat een bepaalde regeling bestaat. De SGP pleit al langer voor een gerichtere inzet van groeigelden voor het mkb en wil daar ook bij nieuwe innovatiemiddelen aandacht voor vragen. Subsidies zijn bovendien niet het enige instrument, zegt Flach: de overheid moet ondernemers ook meer ruimte geven om met eigen middelen te investeren.
Beloon overwerken
Op een krappe arbeidsmarkt wordt hogere arbeidsproductiviteit steeds belangrijker, zegt Flach. Hij ziet daarvoor verschillende mogelijkheden. Meer werken moet aantrekkelijker worden: wie extra uren maakt, houdt daar nu soms te weinig aan over. Overwerk wordt fiscaal afgestraft, terwijl het op een krappe arbeidsmarkt juist beloond zou moeten worden. Ook robotisering en digitalisering bieden kansen om productiever te worden. En de overheid zelf moet kleiner en productiever worden, met fors minder regels. Technisch onderwijs en vakmanschap blijven onmisbaar. “Waar zouden we zijn zonder de helden van de techniek?”, zegt Flach. Hij wijst erop dat de SGP ervoor heeft gezorgd dat er meer ruimte komt voor bedrijfsvakscholen.

Het mkb als onmisbare schakel
In het industriebeleid ziet Flach nog te vaak dat wet- en regelgeving vanuit grote ondernemingen wordt bedacht. Het mkb krijgt in politieke debatten wel aandacht, zegt hij, maar in beleid komt dat niet altijd voldoende terug. “Het bedrijfsleven is een keten van bedrijven, waarbij iedere schakel onmisbaar is”, zegt Flach. Toch is regelgeving volgens hem nog te vaak geënt op grote ondernemingen zoals Shell en ASML. Ook bij veranderingen in de vennootschapsbelasting wordt onvoldoende gekeken wat een maatregel betekent voor kleinere ondernemers, zoals de fietsenmaker om de hoek.
Nederlandse participatie
Die blik op de hele keten is ook nodig bij de groeiende defensie-uitgaven. De SGP wil dat Nederlandse bedrijven maximaal worden betrokken bij de aanschaf van nieuw materieel, zoals onderzeeboten, schepen en tanks. Nederland moet volgens Flach voorkomen dat het economische voordeel van die investeringen naar andere landen verdwijnt. De Nederlandse maritieme MKB-maakindustrie moet volop kunnen meeprofiteren. Defensie kan daarvoor veel actiever Nederlandse bedrijven betrekken en langdurige samenwerkingen aangaan, vindt Flach. Bij aanbestedingen moet nadrukkelijk worden gekeken naar Nederlandse industriële participatie, kennisopbouw en strategische autonomie. Hoofdaannemers zouden verplicht kunnen worden een substantieel deel van de productie, het onderhoud of de toelevering in Nederland te laten plaatsvinden.
Vertrouwen terugverdienen
Flach komt uiteindelijk steeds op één voorwaarde uit: ondernemers moeten kunnen rekenen op een koers die niet voortdurend verandert. Dat is des te belangrijker nu voor politieke besluiten wisselende meerderheden nodig zijn. De SGP houdt daarom vast aan een nationaal ondernemersakkoord met langjarige duidelijkheid. Ondertussen wil de partij alert blijven op de gevolgen van beleid voor ondernemers en aan de rem trekken zodra nieuwe lastenverhogingen of extra regeldruk op tafel komen. “De politiek zal duidelijkheid en zekerheid moeten bieden”, besluit Flach, “en op die manier het vertrouwen van het bedrijfsleven moeten terugverdienen.”