De fijnmechanische industrie moet voortdurend presteren. Klanten willen sneller geleverd krijgen, tegen lagere kosten en zonder concessies aan kwaliteit. Tegelijkertijd zijn goede vakmensen schaars, lopen de kosten op en staat de sector voor forse investeringen in automatisering, digitalisering en verduurzaming. De speelruimte wordt kleiner, terwijl de prestaties omhoog moeten.
“Ondernemen is topsport”, zegt Eric Goorsenberg van Fijnmechanische Industrie Goorsenberg in Nijmegen. Jeroen van der Linden van Kusters & Bosch uit Mierlo herkent die druk. Voor beide ondernemers draait het niet alleen om investeren in machines en technologie, maar vooral om de vraag hoe je als MKB-maakbedrijf wendbaar blijft wanneer de omstandigheden voortdurend veranderen. Hoe houd je het tempo vol zonder de grip op je bedrijf te verliezen?
Prestatiedruk
De vergelijking met topsport gaat volgens Goorsenberg verder dan alleen de druk om te presteren. Net als een topsporter moeten ondernemers zich blijven ontwikkelen, risico’s durven nemen en zich aanpassen wanneer het speelveld verandert. Dat vraagt om uithoudingsvermogen, flexibiliteit, een sterke mentaliteit en het vermogen om snel beslissingen te nemen.
Tegelijkertijd ziet Goorsenberg grenzen aan wat ondernemers zelf kunnen opvangen. Hij pleit voor meer steun en waardering vanuit de overheid en het beter benutten van de regio’s. “Bedrijven zijn de motor van de economie, maar krijgen wel steeds meer te maken met risico’s, regeldruk en onvoorspelbare marktomstandigheden.” De ondernemer moet dus blijven presteren, maar kan dat niet helemaal alleen.

Domino-effect
Een stabiele economische omgeving is volgens hem essentieel. “Zorg als overheid voor een gelijk speelveld. Bescherm Nederlandse bedrijven tegen oneerlijke concurrentie van buitenlandse ondernemingen die niet aan dezelfde strenge Europese regels hoeven te voldoen.” Hij waarschuwt voor een domino-effect als Nederlandse toeleveranciers verdwijnen. “Er ontstaat dan een gatenkaas in de keten. De concurrentie met Azië is groot. Als bedrijven dat niet overleven, vallen schakels weg die weer toeleverancier zijn voor de volgende stap in de keten.”
Branchemanager Claudia Willems van Koninklijke Metaalunie herkent die zorg. “Nederlandse wet- en regelgeving maakt de concurrentiepositie van ondernemers lastiger. De concurrentie is bovendien niet meer ver weg: die zit vandaag de dag al net over de grens, in België en Duitsland. Denk aan kostenstijgingen door belastingen, personeel, energie en brandstof.” Van der Linden beaamt dat: “Hogere lasten en groeiende regeldruk breken ondernemers op. We zijn daar veel te veel tijd mee kwijt, terwijl we gewoon mooie dingen willen maken.”

Samen sterker
Tegenover die uitdagingen zetten de onder-nemers nadrukkelijk samenwerking. Van der Linden kijkt daarbij bewust verder dan de muren van zijn eigen bedrijf. “Als bedrijf moet je niet alleen naar binnen kijken, maar juist ook naar buiten.” Hij spreekt regelmatig met collega-ondernemers over hun aanpak. “We staan vaak voor dezelfde uitdagingen en kunnen elkaar daarin versterken. Door kennis en ervaringen te delen, groeien we uiteindelijk samen verder.” Goorsenberg onderschrijft dat. Als eigenaar van Fijnmechanische Industrie Goorsenberg en bestuurslid van branchegroep Dutch Precision Technology (DPT) ziet hij kennisdeling als een belangrijke kracht van de sector. “Dat is een van de belangrijke ondernemerslessen. We maken de sector samen.”
Voortzetten
Tegelijkertijd kijken beide ondernemers ook nadrukkelijk naar de toekomst van hun eigen bedrijf. Van der Linden groeide binnen Kusters & Bosch door van procesmanager naar mede-eigenaar en is sinds eind 2025 directeur-eigenaar. “Ik zie het vooral als een prachtige kans om dit samen met een mooi team voort te zetten.” Ook bij Fijnmechanische Industrie Goorsenberg is sprake van een nieuwe fase. Na het vertrek van Raymond Goorsenberg ligt de dagelijkse leiding inmiddels volledig bij Eric. Het familiebedrijf viert dit jaar het zestigjarig bestaan. Het ondernemerschap kreeg hij naar eigen zeggen van jongs af aan mee van zijn vader.
Productiviteit moet omhoog
De markt biedt volop kansen. Vanuit onder meer de hightech-, semiconductor-, medische en energiesector groeit de vraag naar nauwkeurig geproduceerde onderdelen en samenstellingen. Maar klanten verwachten tegelijkertijd hoge kwaliteit, korte doorlooptijden, leverbetrouw-baarheid én scherpe prijzen. “De productiviteit moet omhoog om concurrerend te blijven”, stelt Goorsenberg.
Automatisering is daarbij een belangrijk middel.
CNC-machines, robots en cobots kunnen werkzaamheden overnemen en machines langer productief houden. Vooral onbemande productie biedt mogelijkheden. Waar een machine vroeger stilviel zodra medewerkers naar huis gingen, kan een geautomatiseerde productielijn ’s avonds en ’s nachts blijven draaien. Daar komt kunstmatige intelligentie bij. Goorsenberg verwacht dat AI en verdere automatisering de productiviteit verder kunnen verhogen. Maar de mens verdwijnt daarmee niet uit beeld. “Je kunt automatiseren wat je wilt, maar je hebt mensen nodig die de systemen kunnen programmeren, bedienen, onderhouden en controleren. Vakmanschap verdwijnt daarmee niet; het verandert.”
‹‹ Concurrentie zit vandaag de dag al net over de grens, in België en Duitsland ››
Van vakman naar techneut
Die ontwikkeling verandert ook het profiel van de medewerker. De vakman van nu moet niet alleen weten hoe een machine werkt, maar krijgt steeds vaker te maken met software, meetdata, programmering en procesoptimalisatie. Volgens Van der Linden helpt deze ontwikkeling om het imago van de sector te veranderen. “De traditionele, zware en ‘vieze’ metaalindustrie heeft plaatsgemaakt voor een hightech MKB-maakindustrie. Dat biedt kansen op de arbeidsmarkt.” Kusters & Bosch leidde bijvoorbeeld een voormalige vrachtwagenchauffeur op tot technisch medewerker. “Hij was op zoek naar regelmatiger werktijden en had al interesse in techniek. Wie gemotiveerd is, krijgt bij ons de kans om het vak in de praktijk te leren.”

Ontplooien
In de Brainportregio blijft het aantrekken van technisch personeel ondertussen een uitdaging. Kleinere MKB-maakbedrijven vissen in dezelfde vijver als grote technologiebedrijven. Van der Linden: “Het is een uitdaging om kwalitatief goed personeel te vinden, zeker in de regio Eindhoven waar bedrijven als ASML zitten.” Op salaris alleen kunnen kleinere bedrijven niet altijd concurreren. Daarom moeten ze andere troeven uitspelen, zoals afwisselend werk, ontwikkelmogelijkheden en een goede werkomgeving. “Bij ons krijgen medewerkers alle ruimte en kansen om zichzelf te ontplooien. Geen dag is hetzelfde.”
Energie en regeldruk
Ook energie wordt een steeds belangrijker onderdeel van de bedrijfsvoering. Goorsenberg investeerde in zonnepanelen en accuopslag. Daarmee kan zelf opgewekte elektriciteit worden opgeslagen en later worden gebruikt. “Dit verlaagt niet alleen de energiekosten, maar stelt ons ook in staat om onze geautomatiseerde productieprocessen zonder onderbrekingen door te laten draaien, ongeacht de druk op het elektriciteitsnet.”
Juist omdat de uitdagingen zich opstapelen, is samenwerking volgens de ondernemers geen luxe maar noodzaak. Hoe snel verdien je een robot terug? Hoe trek je nieuwe mensen aan? Welke opleidingen zijn nodig? Wat doe je met alle data? En hoe houd je geautomatiseerde machines draaiend als het elektriciteitsnet tegen grenzen aanloopt? De antwoorden liggen volgens Goorsenberg niet alleen binnen de eigen bedrijfsmuren. “Je moet met elkaar blijven praten en brainstormen. Samen sta je sterk. Stilstaan is geen optie. We moeten met z’n allen vooruit.”
Samen sterker in perfectie door precisie
Wie actief is in de fijnmechanische precisieverspaning, weet hoe belangrijk kennis, vakmanschap en innovatie zijn. De Nederlandse sector opereert op hoog niveau. Bedrijven zijn technisch nieuwsgierig en willen vooruit. Technologie ontwikkelt zich in hoog tempo, personeel is schaars en markten blijven voortdurend in beweging.
"De Nederlandse fijnmechanische sector heeft veel om trots op te zijn, maar is daar ook behoorlijk bescheiden over", zegt DPT-branchemanager Claudia Willems. "Het kennis- en kwaliteitsniveau is hoog, en ons land telt veel gespecialiseerde bedrijven die internationaal op topniveau opereren." Binnen Dutch Precision Technology (DPT) wisselen bedrijven kennis en ervaringen uit over onderwerpen die er in de praktijk echt toe doen. Denk aan productiviteit, personeel, marktontwikkelingen en nieuwe (technische) mogelijkheden.
Daarbij worden niet alleen successen gedeeld, maar juist ook uitdagingen en vraagstukken waar ondernemers tegenaan lopen. "Dat levert waardevolle gesprekken en nieuwe inzichten op. En soms ook verrassende oplossingen", aldus Willems. "We zien bovendien dat leden elkaar steeds vaker buiten de DPT-bijeenkomsten om weten te vinden. Het netwerk leeft!"
Volgens Willems maakt de onderlinge uitwisseling niet alleen individuele ondernemingen sterker. Ook de sector in Nederland als geheel profiteert ervan. "Uiteindelijk kom je verder door kennis en ervaring niet voor jezelf te houden, maar die met elkaar te delen en samen te werken."