Het kabinet wil bedrijven verplichten om meer energiebesparende maatregelen te nemen. Een begrijpelijke ambitie, want minder energieverbruik maakt bedrijven minder kwetsbaar voor schommelende energieprijzen en versterkt hun concurrentiekracht. Maar extra verplichtingen hebben alleen zin wanneer ondernemers ze ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Precies daar wringt het bij de voorgenomen aanscherping van de energiebesparingsplicht. Daarom heb ik namens Koninklijke Metaalunie samen met andere brancheorganisaties bij de minister van Klimaat en Groene Groei aan de bel getrokken. Niet omdat we minder energie willen besparen, integendeel. We willen juist dat de maatregelen daadwerkelijk resultaat opleveren, zonder ondernemers onnodig op kosten te jagen.
De praktijk is weerbarstig
Het kabinet wil de terugverdientijd voor verplichte energiebesparende maatregelen verhogen van vijf naar zeven jaar. Tegelijkertijd blijft de ondergrens van 50.000 kWh bestaan. Daarmee worden ook kleinere MKB-maakbedrijven geconfronteerd met verplichtingen die veel van hun beschikbare middelen vragen. Onderzoek laat zien dat bij ruim 62 procent van de maatregelen met een terugverdientijd tussen vijf en zeven jaar technische, economische of organisatorische belemmeringen bestaan. En dat onderzoek is uitsluitend uitgevoerd onder grootverbruikers. Bij kleinere bedrijven zijn die knelpunten waarschijnlijk nog groter.
Eerst benutten wat er ligt
Binnen de bestaande regels valt nog veel energie te besparen. Sterker nog, het onbenutte besparingspotentieel is ruim drie keer zo groot als de extra besparing die de voorgestelde aanscherping bij volledige naleving kan opleveren. Bovendien is er nu al onvoldoende capaciteit om de bestaande regels goed te handhaven. Waarom zouden we ondernemers dan met nieuwe verplichtingen opzadelen, terwijl we met een betere uitvoering van de huidige regels veel meer kunnen bereiken?
Stimuleren in plaats van verplichten
Wat mij vooral zorgen baart, is de toenemende druk op de investeringsruimte van ondernemers. Verplichte maatregelen komen bovendien niet in aanmerking voor bepaalde stimuleringsregelingen. Daarmee beperken we juist de mogelijkheden om bedrijven bij energiebesparing te ondersteunen. Ons pleidooi is daarom helder: houd de terugverdientijd op vijf jaar, verhoog de ondergrens naar 100.000 kWh en zet sterker in op stimulering. Voorkom bovendien dat Nederland met strengere regels dan onze buurlanden de concurrentiepositie van MKB-maakbedrijven verder onder druk zet.
De energietransitie vraagt om ambitie, maar ook om gezond verstand. Niet het aantal verplichtingen bepaalt ons succes, maar de energiebesparing die we daadwerkelijk realiseren.