Wie in een hoogbouwcomplex op het balkon staat, ziet vaak een ogenschijnlijk eenvoudig hek. Volgens Albert ten Wolde, directeur bij Straatman in Varsseveld, schuilt juist daarin de misvatting. “Het oogt allemaal heel simpel, maar we hebben als balustradebouwer te maken met alle bouwpartners en met uitdagende bouwplanningen. En we moeten voldoen aan normen en regelgeving.”
Straatman levert alles wat in en rond een appartementengebouw met veiligheid en gebruik te maken heeft: balustrades voor onder andere de balkons, galerijen, trappen, leuningen, privacyschermen en aanverwante producten. “Alle producten die ervoor zorgen niet van het balkon, de galerij of trap af te vallen”, zegt Ten Wolde. Straatman bedenkt, calculeert, engineert, maakt en monteert het. “Van A tot Z hebben we alles in eigen huis.”
Van betonrand tot kozijn
De complexiteit zit ‘m volgens Ten Wolde in het feit dat de producten die zij realiseren letterlijk vastzitten aan een gebouw. Een balustrade kan bevestigd zijn aan een betonnen rand, aan kozijnen of aan gevelelementen. “Tegelijkertijd hebben we te maken met de planning van de aannemer: in welke fase moet je wat leveren? Soms monteer je een deel en kom je later terug.” Daar komt bij dat balustrades visueel bepalend zijn. “Iedereen vindt er wat van.” Een oplossing moet daarom tegelijk voldoen aan esthetische wensen, constructieve eisen en regelgeving rond hoogtes en openingen. “Constructief moet het kloppen, maar ook qua afmetingen en regelgeving.”

Innovatief denken
De woningmarkt verandert, constateert Ten Wolde. Appartementen worden kleiner, het aantal eenpersoonshuishoudens groeit en de druk om sneller en goedkoper te bouwen is groot. Dat botst volgens hem met normen en regels die niet altijd meebewegen. Hij vraagt zich af: “Hoe pas je innovatieve oplossingen toe als regelgeving en controle achterlopen?” Straatman probeert dat spanningsveld niet te vermijden, maar erin te bewegen. Ten Wolde stelt dat zijn bedrijf een leidende rol speelt op het gebied van innovatief denken. Dat begint met luisteren naar de klant, maar vooral met het stellen van kritische vragen. “Waarom doen we dit zo? En waarom kan het niet anders?”
Sneller en betrouwbaarder
Ten Wolde vertelt over een prefab balkonelement waarbij de balustrade op de bouwplaats op hoogte gemonteerd moest worden, omdat er geen ruimte was om te voormonteren. Straatman stelde het proces ter discussie en dacht mee over logistiek en planning. Uiteindelijk konden de monteurs de onderdelen op de grond monteren en als compleet pakket omhoog hijsen. “Dan maak je het proces sneller en betrouwbaarder.”
De juiste mensen aan tafel
Samenwerking is volgens Ten Wolde cruciaal, maar dan moet je wel met de juiste mensen spreken. “Soms krijgen bouwpartners onvoldoende ruimte om ideeën samen met de opdrachtgever uit te werken, en daar te laten landen waar beslissingen worden genomen. Maar, als je jouw verhaal niet overtuigend kunt overbrengen, zullen mensen er geen vertrouwen in hebben. Misschien kan iets best wel, maar dan moet je wel eerst in gesprek komen.” In de bouw is daar soms nog ruimte voor verbetering, vindt hij. “Vertrouwen is daarbij essentieel, zeker als een traject als risicovol wordt gezien. Samenwerken werkt pas echt als partijen ervaren dat het loont.”

Grijs gebied en minder controle
Een groot deel van de complexiteit in de branche zit in normering en de interpretatie daarvan. Ten Wolde ziet dat gemeenten minder controleren en dat bedrijven steeds meer zelf moeten borgen dat aan normen wordt voldaan. “Als normen ruimte laten voor interpretatie, ontstaat een grijs gebied. Dan weet je niet waar je aan toe bent en ontstaat er ruimte voor discussie. Dat wil je niet, en zeker niet achteraf.” Straatman probeert dat vooraf te ondervangen met onderbouwing en documentatie, maar Ten Wolde ziet liever heldere normen. “Je moet best geschoold zijn om ze goed te snappen. Als normen duidelijker zijn, wordt het voor iedereen makkelijker.” Volgens hem ontstaat er bovendien een riskante tegenstrijdigheid. “Er wordt hoger gebouwd, waardoor risico’s toenemen, terwijl controle en kennis bij controlerende instanties afnemen. Dan moet je als bedrijf heel goed weten wat je doet.”
Meer grip
Tegelijk staat de sector onder stevige prijsdruk. Straatman kiest desondanks bewust voor productie in Nederland, ondanks hogere personeelskosten. “Wij doen er alles aan om hier te blijven produceren. Dat dwingt ons om extreem scherp te zijn op efficiency.” Volgens Ten Wolde levert produceren onder één dak voordelen op in kennis, afstemming en betrouwbaarheid. “Je calculeert, verkoopt, engineert en produceert op dezelfde plek. Daardoor heb je meer grip op wat je uiteindelijk op de bouw levert en monteert.” Kosten reduceren mag volgens hem nooit ten koste gaan van veiligheid of normconformiteit. “In één keer alles goed doen, daar draait het om.”
Vakmanschap en trots
Vakkennis opbouwen kost tijd en vergrijzing raakt ook deze nichemarkt. Straatman probeert mensen te binden door een werkomgeving te creëren waarin ze trots kunnen zijn op hun werk. Omdat alles in eigen beheer gebeurt, zien medewerkers later hun werk letterlijk terug in het straatbeeld. “Je ziet terug wat je hebt gemaakt. Dat spreekt mensen aan.”
‹‹ Wij doen er alles aan om hier te blijven produceren. Dat dwingt ons om extreem scherp te zijn op efficiency ››
Krachten bundelen
Veel knelpunten waarmee bedrijven in de sector te maken hebben, zijn volgens Ten Wolde niet door één bedrijf op te lossen. Daarom is hij actief binnen BFN, de branchegroep Balkonhekken Fabrikanten Nederland onder de vleugels van Koninklijke Metaalunie. Als voorzitter ziet hij het lidmaatschap als een manier om krachten te bundelen. “Samen sta je nu eenmaal sterker.” Die samenwerking ziet hij ook als maatschappelijke verantwoordelijkheid. In hoogbouw maken dagelijks veel mensen gebruik van balkons, galerijen en trappen. “Veiligheid moet dan niet afhankelijk zijn van toevallige interpretaties.” De branchegroep is klein, met momenteel drie leden (die volgens Ten Wolde toonaangevend zijn in de branche), waardoor een groot geluid richting overheid niet vanzelfsprekend is. Via Metaalunie ontstaat die toegang wel.
Voor Straatman is het doel helder: een markt waarin kwaliteit en veiligheid niet afhankelijk zijn van wisselende controles of interpretaties. Ten Wolde vat het samen als een gezamenlijke opgave. “Als BFN kunnen we dat niet alleen en de hulp van Metaalunie is cruciaal. Tegelijkertijd heeft Metaalunie de ondernemers nodig om de boel aan de gang te houden.”
BALKONHEKKEN FABRIKANTEN NEDERLAND (BFN)
BFN is een branchegroep binnen Koninklijke Metaalunie voor bedrijven die balustrades en aanverwante veiligheidsproducten produceren en monteren. De branchegroep is klein, maar wil volgens Fred Vasquez, die de rol van branchemanager ad interim vervulde, juist daarom samenwerken: “Veel thema’s zijn bedrijfsoverstijgend en vragen om gezamenlijke inzet, omdat individuele bedrijven minder ingangen hebben en minder kans op resultaat.”
BFN zet zich in om normen te verduidelijken en innovaties mogelijk te houden, zodat ontwerpers en bouwers niet vastlopen op interpretatie. Een concreet resultaat is dat in de nationale bijlage van de Eurocode een tabel is opgenomen die de windbelasting op balkons specifieker beschrijft. Dat helpt engineers om belastingen nauwkeuriger te bepalen, bijvoorbeeld bij glas.
Daarnaast volgt de branchegroep dossiers rond duurzaamheid en materiaalvergelijking, zoals de MPG-systematiek (Milieu Prestatie Gebouwen) en de discussie over ‘module D’, die hergebruik en recycling meeweegt. Vasquez wijst erop dat ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zwaardere eisen aan ketenborging stelt. BFN wil dat het merk ‘BFN-lid’ daarbij steeds meer een herkenbaar kwaliteitsanker wordt.
Ron den Toom volgt Vasquez op als branchemanager. Hij komt uit de staalbouw, had een eigen staalverwerkingsbedrijf en was eerder al branchemanager van BFN.