De druk op de MKB-maakindustrie loopt op. Bedrijven hebben moeite om mensen te vinden, de loonkosten zijn hoog en tegelijk moet de productiviteit omhoog. Uit een recent TNO-rapport over robotisering blijkt hoe urgent die opgave is: zonder versnelling dreigt Nederland op termijn zijn eigen MKB-maakindustrie te verliezen. Volgens Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO, is robotisering daarom niet langer iets voor later. “Als we onze MKB-maakindustrie willen behouden, moeten we nu in beweging komen.” Toch begint die stap lang niet altijd met een dure robotcel. Soms zit de winst juist in iets veel simpelers.
De discussie over robotisering wordt vaak gevoerd alsof het vooral gaat over grote fabrieken en complexe technologie. Maar volgens Mark Courage raakt het onderwerp juist de dagelijkse praktijk van MKB-maakbedrijven. Niet als toekomstmuziek, maar als een concrete vraag: hoe houd je je bedrijf draaiend en concurrerend met minder mensen en hogere kosten? Voor TNO was dat ook de aanleiding om het onderwerp nadrukkelijk op de agenda te zetten. “De industrie is ontzettend belangrijk voor ons verdienvermogen”, zegt Courage. “Kijk je alleen al naar de industrie, dan gaat het om ongeveer zeven procent van het bruto binnenlands product. Neem je de keten eromheen mee, dan kom je nog veel hoger uit. Dat is een niveau dat vergelijkbaar is met grote sectoren als zorg en onderwijs. Die basis wil je hier houden en verder versterken.”
Productiviteit tastbaar maken
Tegelijk ziet hij dat de productiviteit al jaren nauwelijks groeit. En juist daar zit volgens hem het probleem. “Productiviteit is voor veel ondernemers een lastig begrip. Het blijft vaak abstract. Daarom hebben wij geprobeerd het concreet te maken. Wat betekent het nu als je 50 procent productiever moet worden? In de praktijk betekent dit dat je als het ware naast elke medewerker een extra paar handen organiseert. En dat is waar robotisering en automatisering in beeld komen. Dan wordt het ineens tastbaar.” Volgens Courage helpt dat om het gesprek te veranderen. “Over digitalisering en AI wordt vaak gesproken in termen die ver van de werkvloer staan. Terwijl een robot op de werkvloer direct zichtbaar maakt wat het oplevert en wat er moet gebeuren om de technologie te integreren. Dat maakt het veel begrijpelijker.”
Technologie komt dichterbij
Waar implementatie van complexe robotisering in de brede productieomgeving eerder vooral iets was voor koplopers, ziet Courage dat de drempel snel lager wordt. Dat heeft veel te maken met de ontwikkeling van AI. “Je hebt tegenwoordig veel minder specialistische kennis nodig om toepassingen werkend te krijgen. Dingen die eerst ingewikkeld waren, worden toegankelijker. Dat maakt het voor ondernemers interessanter om ermee te beginnen.” Tegelijk blijft de basis belangrijk. “Je kunt niet alles oplossen met alleen een robot. Uiteindelijk moet je ook kijken hoe je systemen op elkaar aansluiten. Hoe goed zijn je processen georganiseerd? Waar komt je data vandaan? Dat blijft de fundering onder alles wat je doet.”
‹‹ Robotisering hoeft niet te beginnen met een grote investering ››
Het grote peloton moet in beweging komen
Nederland kent volgens Courage een duidelijke tweedeling. “Je hebt de zogeheten koplopers die al lang bezig is met automatisering en digitalisering, soms zelfs in een volledige autonome vorm. Maar daarachter zit een grote groep die nog nauwelijks stappen heeft gezet. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat ze druk zijn met de dagelijkse praktijk en het ingewikkeld vinden om te beginnen.” Dat uitstel wordt steeds risicovoller. “De omstandigheden veranderen. Personeelstekorten lopen op, kosten stijgen en de buitenlandse concurrentie stijgt. Dan kun je niet blijven doen wat je altijd deed. Niet investeren is uiteindelijk ook een keuze, maar wel een die je op achterstand zet.” Toch ziet hij dat de stap naar robotisering niet per se groot hoeft te zijn. “We zien voorbeelden van bedrijven die beginnen met iets relatief eenvoudigs, zoals het automatiseren van logistieke processen. Daarmee stijgt de efficiëntie van hun machines enorm. Soms van 50 naar 85 procent. Dat is een enorme sprong, met één gerichte ingreep.”
Begin bij je eigen proces
Voor MKB-maakbedrijven ligt volgens hem de sleutel bij het niet gelijk beginnen met een technologische invalshoek, maar eerst te kijken naar het eigen proces. Waar zit de bottleneck? Waar verlies je tijd? Waar ben je afhankelijk van mensen die moeilijk te vinden zijn? “Robotisering hoeft niet te beginnen met een grote investering”, zegt Courage. “Het begint met het oplossen van een concreet probleem. Dat kan een robot zijn, maar ook iets anders.” Hij wijst bijvoorbeeld op digitale werkinstructies. “Daarmee kun je kennis beter vastleggen en delen. We zien dat bedrijven daarmee al snel zo’n twintig procent productiever kunnen worden. Dat is een enorme stap, zonder dat er direct een robot aan te pas komt.” Juist in MKB-maakbedrijven, waar veel kennis bij een paar mensen zit, kan dat hét verschil maken. Zeker met het oog op vergrijzing en uitstroom. “Het gaat erom dat je slimmer gaat werken met wat je al hebt.”

Samen sterker dan alleen
Naast individuele stappen ziet Courage ook een duidelijke rol voor samenwerking. “In Nederland hebben we veel kennis en sterke bedrijven, maar het landschap is versnipperd. Iedereen is op zijn eigen plek bezig. Daardoor benutten we de schaal niet die nodig is om echt te versnellen.” Volgens hem ligt daar een gezamenlijke opgave voor bedrijven, kennisinstellingen en brancheorganisaties. “Als je vraag bundelt en samen optrekt, wordt het aantrekkelijker voor partijen om te investeren en oplossingen te ontwikkelen. Dan kom je verder dan wanneer ieder voor zich het wiel opnieuw uitvindt.” Grote bedrijven kunnen daarin een belangrijke rol spelen. “Die hebben vaak de middelen om te investeren. Als zij stappen zetten, profiteert de hele keten mee. Dan worden ook kleinere bedrijven productiever en sterker.” Niet ieder bedrijf zal die ontwikkeling kunnen bijhouden, verwacht hij. “Een deel zal afhaken. Maar vaak zie je dat kennis en vakmanschap wel behouden blijven, bijvoorbeeld doordat bedrijven worden overgenomen of samenwerken in nieuwe vormen.”
Werk verandert, mensen blijven nodig Robotisering roept nog altijd vragen op over werkgelegenheid. Courage begrijpt die zorgen, maar plaatst ze in perspectief. “Het gaat er niet om dat robots mensen vervangen. Het gaat erom dat mensen en technologie samen beter kunnen werken.” Hij vergelijkt het met de rol van smartphones. “Die hebben ons werk ook veranderd. Niet omdat ze banen hebben weggehaald, maar omdat ze ons helpen efficiënter te werken. Zo moet je robotisering ook zien.” Dat vraagt wel om aandacht voor scholing en ontwikkeling. “Je moet medewerkers meenemen in die verandering. Dat betekent investeren in vaardigheden en kennis. Niet alleen voor nieuwe instroom, maar juist ook voor de mensen die er al werken.” Daarbij spelen vooroordelen volgens hem een rol. “Je ziet soms dat oudere medewerkers juist heel enthousiast worden als ze ermee aan de slag gaan. Terwijl je dat misschien eerder bij jongeren verwacht. Maar het is dus niet zo zwart-wit.”
Leren van elkaar versnelt
Volgens Courage ligt een belangrijk deel van de versnelling niet in beleid, maar in de praktijk. “Ondernemers geloven vooral andere ondernemers. Als iemand uit hun netwerk vertelt wat het heeft opgeleverd, dan maakt dat indruk.” Dat zorgt voor een sneeuwbaleffect. “We zien dat bedrijven die een eerste stap zetten en resultaat boeken, dat delen met anderen. Dan volgen er vanzelf meer. Dat werkt vaak beter dan welke campagne ook.” Daar ligt ook een rol voor netwerken en bijeenkomsten. “Mensen moeten elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen en van elkaar leren. Dan wordt het concreet en herkenbaar.”