Binnenlandse orderpositie: voorzichtige verbetering met negatieve vooruitzichten
De binnenlandse orderpositie blijft in het vierde kwartaal van 2025 negatief gewaardeerd, met een saldo dat uitkomt op -2 procent, wat aangeeft dat de negatieve percepties nog steeds overheersen, zij het in mindere mate dan voorheen. Toch markeert dit een duidelijke verbetering ten opzichte van het derde kwartaal, toen het saldo nog op een zorgwekkendere -7 procent stond, een verschuiving die wijst op een langzaam herstelproces in de binnenlandse vraag. Deze vooruitgang wordt ook weerspiegeld in de waardering van de orderportefeuille zelf, die dit kwartaal een licht positieve noot krijgt: precies 30 procent van de respondenten oordeelt positief over de huidige positie, terwijl 21 procent een negatief oordeel velde, een balans die hoop biedt op stabilisatie.
Ondanks deze positieve verschuivingen zijn de ondernemers in de sector voorzichtig als het gaat om de nabije toekomst. De meeste respondenten verwachten namelijk dat het aantal binnenlandse orders in de komende periode zal afnemen, wat resulteert in een verwacht saldo van -7 procent, een daling die de voorzichtigheid onderstreept en mogelijk samenhangt met bredere economische onzekerheden binnen Nederland. Deze discrepantie tussen de huidige, iets verbeterde situatie en de negatievere vooruitzichten illustreert de genuanceerde positie waarin veel metaal- en techniekbedrijven zich bevinden: een tijdelijke adempauze, maar geen structureel herstel. Het saldo van -2 procent in het huidige kwartaal biedt dus een relatief gunstiger beeld dan de voorgaande periode, maar de verwachting van -7 procent tempert de optimistische noten aanzienlijk.
Buitenlandse orderpositie: einde van de opwaartse trend
Op het vlak van de buitenlandse orderpositie laat het vierde kwartaal van 2025 een duidelijke verslechtering zien, die de kwetsbaarheid van de sector voor internationale marktdruk onderstreept. Een vijfde van de ondernemers, oftewel 21 procent, verwacht een afname van de buitenlandse orders, terwijl slechts 11 procent rekent op een toename, een onevenwichtige verhouding die resulteert in een negatief saldo van -11 procent. Deze ontwikkeling markeert het einde van de opwaartse trend in buitenlandse orders die sinds het derde kwartaal van 2024 zichtbaar was en nog doorzette in het derde kwartaal van 2025, een omslagpunt dat de sector dwingt om de afhankelijkheid van exportmarkten te heroverwegen.
Naast de orderpositie blijven ook de exportverwachtingen onder druk staan, met 16 procent van de respondenten die een stijging van de export voorziet, tegenover een grotere groep van 24 procent die een daling verwacht. Het resulterende nettosaldo blijft hierdoor negatief en vrijwel gelijk aan dat van het vorige kwartaal, een stabiliteit in negativiteit die weinig ruimte biedt voor optimisme. De algemene opinie over de buitenlandse orderpositie is nagenoeg neutraal, maar met een licht negatief saldo van -2 procent, wat de algehele terughoudendheid samenvat.
Deze cijfers schetsen een beeld van een sector die internationaal terrein verliest, met een saldo van -11 procent dat de ernst van de situatie benadrukt en de noodzaak voor aanpassingen in de exportstrategie onderstreept.