Bel mij terug

Zoek op trefwoord

Filter

Kies een categorie

Economische Barometer Q4 2025

Gemengd economisch beeld in Q4:
herstel binnenland, druk op buitenland

In het vierde kwartaal van 2025 presenteert de MKB-maakindustrie een duidelijk gemengd economisch beeld, waarbij positieve ontwikkelingen binnenlands worden afgewisseld met aanhoudende uitdagingen op de buitenlandse markten. De binnenlandse orderpositie herstelt voorzichtig, wat een lichtpunt vormt in een verder uitdagend landschap, terwijl de buitenlandse vraag onder aanzienlijke druk blijft staan en de groei van het personeelsbestand volledig tot stilstand is gekomen. Tegelijkertijd blijven de verkoopprijzen gestaag stijgen, wat enige verlichting biedt, maar neemt de bereidheid van ondernemers om te investeren in hun eigen machinepark verder af, wat wijst op een bredere voorzichtigheid in de sector. Dit samenspel van factoren tekent het economische klimaat in deze periode, waarin herstel en stagnatie elkaar afwisselen en ondernemers met een genuanceerde blik naar de toekomst kijken.

​Deze dynamiek is kenmerkend voor een sector die worstelt met externe onzekerheden, maar ook interne veerkracht toont door prijsaanpassingen en een stabiliserende orderportefeuille binnen de eigen grenzen. De analyse van de barometercijfers onthult niet alleen de huidige stand van zaken, maar ook de verwachtingen voor de korte termijn, die een voorzichtige toon zetten ondanks de kleine verbeteringen die zichtbaar zijn.


Binnenlandse orderpositie: voorzichtige verbetering met negatieve vooruitzichten
De binnenlandse orderpositie blijft in het vierde kwartaal van 2025 negatief gewaardeerd, met een saldo dat uitkomt op -2 procent, wat aangeeft dat de negatieve percepties nog steeds overheersen, zij het in mindere mate dan voorheen. Toch markeert dit een duidelijke verbetering ten opzichte van het derde kwartaal, toen het saldo nog op een zorgwekkendere -7 procent stond, een verschuiving die wijst op een langzaam herstelproces in de binnenlandse vraag. Deze vooruitgang wordt ook weerspiegeld in de waardering van de orderportefeuille zelf, die dit kwartaal een licht positieve noot krijgt: precies 30 procent van de respondenten oordeelt positief over de huidige positie, terwijl 21 procent een negatief oordeel velde, een balans die hoop biedt op stabilisatie.

​Ondanks deze positieve verschuivingen zijn de ondernemers in de sector voorzichtig als het gaat om de nabije toekomst. De meeste respondenten verwachten namelijk dat het aantal binnenlandse orders in de komende periode zal afnemen, wat resulteert in een verwacht saldo van -7 procent, een daling die de voorzichtigheid onderstreept en mogelijk samenhangt met bredere economische onzekerheden binnen Nederland. Deze discrepantie tussen de huidige, iets verbeterde situatie en de negatievere vooruitzichten illustreert de genuanceerde positie waarin veel metaal- en techniekbedrijven zich bevinden: een tijdelijke adempauze, maar geen structureel herstel. Het saldo van -2 procent in het huidige kwartaal biedt dus een relatief gunstiger beeld dan de voorgaande periode, maar de verwachting van -7 procent tempert de optimistische noten aanzienlijk.

​Buitenlandse orderpositie: einde van de opwaartse trend
Op het vlak van de buitenlandse orderpositie laat het vierde kwartaal van 2025 een duidelijke verslechtering zien, die de kwetsbaarheid van de sector voor internationale marktdruk onderstreept. Een vijfde van de ondernemers, oftewel 21 procent, verwacht een afname van de buitenlandse orders, terwijl slechts 11 procent rekent op een toename, een onevenwichtige verhouding die resulteert in een negatief saldo van -11 procent. Deze ontwikkeling markeert het einde van de opwaartse trend in buitenlandse orders die sinds het derde kwartaal van 2024 zichtbaar was en nog doorzette in het derde kwartaal van 2025, een omslagpunt dat de sector dwingt om de afhankelijkheid van exportmarkten te heroverwegen.

​Naast de orderpositie blijven ook de exportverwachtingen onder druk staan, met 16 procent van de respondenten die een stijging van de export voorziet, tegenover een grotere groep van 24 procent die een daling verwacht. Het resulterende nettosaldo blijft hierdoor negatief en vrijwel gelijk aan dat van het vorige kwartaal, een stabiliteit in negativiteit die weinig ruimte biedt voor optimisme. De algemene opinie over de buitenlandse orderpositie is nagenoeg neutraal, maar met een licht negatief saldo van -2 procent, wat de algehele terughoudendheid samenvat.

Deze cijfers schetsen een beeld van een sector die internationaal terrein verliest, met een saldo van -11 procent dat de ernst van de situatie benadrukt en de noodzaak voor aanpassingen in de exportstrategie onderstreept.


Personeel: stagnatie en afnemende vacatures
De verhouding tussen vast en flexibel personeel blijft in het vierde kwartaal van 2025 onveranderd, met gemiddeld 90 procent van het personeel dat een vast contract heeft en 10 procent dat flexibel is ingezet, een evenwicht dat al langer standhoudt in de sector. De groei van het vaste personeelsbestand komt echter volledig tot stilstand, met een groeisaldo dat uitkomt op 0 procent, een halt die de afvlakking van eerdere expansie markeert. Tegelijkertijd neemt de inzet van flexibele krachten verder af, waarbij het nettosaldo daalt van -4 procent in het vorige kwartaal naar -5 procent nu, een lichte maar merkbare krimp die wijst op een bredere afbouw van tijdelijke arbeid.

​Een opvallend aspect is de ontwikkeling rond openstaande vacatures: het aantal bedrijven met vacatures is fors gedaald, van 54 procent in het derde kwartaal naar 44 procent in het vierde kwartaal, een daling die de afnemende vraag naar nieuw personeel illustreert. Tegelijkertijd is het gemiddeld aantal vacatures per bedrijf dat wel vacatures heeft licht gestegen, van 2,21 naar 2,31, wat betekent dat er minder bedrijven actief werven, maar dat de bedrijven die dat doen, grotere behoeften hebben. Deze dynamiek – minder wervende bedrijven maar iets meer vacatures per bedrijf – onderstreept de selectieve aard van de personeelsvraag in een stagnerende groeifase.


Financieel en investeringen: prijsstijgingen versus somberheid
Financieel gezien zet de opwaartse prijsontwikkeling zich ook in het vierde kwartaal van 2025 voort, een trend die enige financiële ademruimte biedt in een verder uitdagend klimaat. Dertig procent van de respondenten geeft aan dat de verkoopprijzen zijn gestegen ten opzichte van het vorige kwartaal, terwijl slechts 7 procent een prijsdaling rapporteert, een duidelijke asymmetrie die de prijsdruk in de sector bevestigt.

 Het bedrijfsresultaat ontwikkelt zich iets positiever dan in het derde kwartaal, waarbij de verhouding tussen bedrijven met een toenemend resultaat en een afnemend resultaat vrijwel in balans is, een stabilisatie die hoop biedt op evenwicht.

​Het aandeel winstgevende bedrijven blijft voor het derde kwartaal op rij stabiel op 45 procent, een constant niveau dat robuustheid toont. Daarnaast draait 37 procent van de bedrijven break-even, terwijl het aandeel verlieslatende ondernemingen ongewijzigd blijft op 18 procent, een verdeling waarbij ruim vier op de vijf bedrijven winstgevend opereert of ten minste kostendekkend draait. Deze financiële stabiliteit, gecombineerd met de prijsstijgingen, vormt een contrast met andere gebieden.

​De investeringsverwachtingen blijven echter somber, met een aanzienlijk deel van de ondernemers – 41 procent – dat een verdere daling van de investeringen in het eigen machinepark verwacht, tegenover slechts 14 procent die juist rekent op een toename. Deze kloof in percepties onderstreept de aanhoudende druk op de investeringsbereidheid, die duidelijk onder druk staat en de voorzichtige houding van de sector weerspiegelt. Ondanks de prijswinsten en stabiele resultaten kiezen ondernemers dus voor terughoudendheid bij kapitaaluitgaven, een patroon dat de bredere economische gemengdheid versterkt.

Contact

Stel je vraag via info@metaalunie.nl of bel ons op 030 - 605 33 44