3D-vormen behoort tot de meest complexe disciplines in de metaalbewerking. Het aantal bedrijven dat het écht beheerst, is beperkt, terwijl de techniek onmisbaar is voor de Nederlandse scheepsbouw. Juist die combinatie van schaarste en strategisch belang maakt het vak kwetsbaar. Hoe zorg je dat deze specialistische kennis behouden blijft? “We willen – het liefst samen met branchegenoten – een ‘vormschool’ opzetten.”
3D-vormen is het plastisch vervormen van metaal tot een ruimtelijke vorm met meerdere krommingen tegelijk, zoals boegen, tunnelplaten en andere 3D-gevormde platen in schepen. Daarbij worden plaatdelen niet alleen gebogen, maar ook lokaal gerekt en gestrekt om complexe vormen te realiseren. “Het is een combinatie van techniek, ervaring en gevoel. Dat maakt het juist zo interessant, maar ook zo moeilijk”, zegt Jacco Klok van metaalbewerkingsbedrijf Snijtech.

Strategische kant
De techniek is vooral belangrijk voor de scheepsbouw, goed voor zo’n zeventig procent van het werk bij Snijtech. “Alle complexe vormen in een schip; dat is allemaal 3D-vormwerk.” Volgens Klok heeft het 3D-vormen derhalve ook een strategische kant. “Als je in Nederland schepen wilt blijven bouwen, moet je dit soort processen beheersen. Anders ga je afhankelijk worden van partijen buiten Europa, zoals China.” Daarmee wordt het behoud van kennis en vakmanschap direct een strategische vraag voor de sector.
‹‹ Je kunt mensen helpen en uitleggen wat er gebeurt, maar uiteindelijk moet je het heel vaak doen ››
Meerdere radii
“Zetten in één richting kent iedereen. Met veel kleine zettinkjes kun je een radius maken. Maar bij 3D-vormen heb je meerdere radii tegelijk. Denk aan de boeg van een schip. Die loopt niet alleen rond, maar ook in de andere richting. Dat kun je niet meer op een standaard machine maken.” Daar komt bij dat Snijtech het materiaal koud vervormt. “Je kunt staal ook warm maken, maar dan krijg je vervorming bij het afkoelen en problemen bij het lassen. Koud vormen geeft de beste kwaliteit, maar is ook het lastigst.”
Rekken en terugvering
Het lastige zit vooral in het gedrag van het materiaal. “Als je een plaat vormt, moet je ook rek creëren. De plaat wordt een fractie dunner. Ga je alleen duwen, dan verdwijnt je vorm weer als je ergens anders corrigeert. Dus je moet continu een balans zoeken tussen rekken en vormen.” Dat maakt het proces moeilijk voorspelbaar. “Het is niet zo dat je één knop indrukt en klaar. Je bent continu aan het corrigeren. Je gaat van de rollenpers naar de stempelpers en weer terug. Het hele proces loopt door elkaar heen.” Ook terugvering speelt een rol. “Je moet soms expres iets ‘te ver’ gaan, omdat het materiaal weer een stukje terugkomt. Dat leer je niet uit een boek. Juist die combinatie van moeilijk voorspelbaar materiaalgedrag en handwerk maakt het vak lastig overdraagbaar, en daarmee kwetsbaar.”

Vijf jaar leren
“Je bent zo vijf jaar bezig voordat je het echt beheerst. Je begint met zetten, daarna rollen en pas later ga je echt vormen en rekken. Dat is de ‘hogere’ klasse.” Volgens Klok is gevoel voor materiaal onmisbaar. “Je kunt mensen helpen en uitleggen wat er gebeurt, maar uiteindelijk moet je het heel vaak doen. Sommige mensen hebben er gevoel voor, anderen niet.” Dat maakt het ook lastig om nieuwe vakmensen te vinden. “We hebben nu vijf vormers. Dat is eigenlijk te weinig. En veel mensen in dit vak zijn boven de 50 jaar. Over twintig jaar zullen zij niet meer werken.”
Op zoek naar nieuwe vormers
Het beperkte aantal specialisten is een aandachtspunt. “Er zijn maar een paar bedrijven die dit doen, en vaak met kleine teams. Dat maakt het kwetsbaar.” Om het vak toekomstbestendig te houden, zet Snijtech vanaf dit voorjaar gerichter in op het aantrekken en opleiden van nieuwe vormers. “We hebben serieus gekeken of we het vormen konden automatiseren, maar dat blijkt vooralsnog niet haalbaar.”
Structurele aanpak
“Onze vormers leiden we vooral op in de praktijk, want een opleiding 3D-vormen is er niet. Nieuwe collega’s lopen mee met ervaren vakmensen en leren het vak stap voor stap op de werkvloer. Waar mogelijk kijken we ook buiten onze organisatie, bijvoorbeeld door mensen tijdelijk mee te laten lopen bij concullega’s, en vice versa. Zo kunnen ze verschillende werkwijzen en technieken leren.” Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een meer structurele aanpak. “Het idee is om als sector samen een ‘vormschool’ op te zetten om die uitwisseling goed te faciliteren. Daarnaast zijn we bezig om onze kennis vast te leggen en bouwen we aan een eigen opleidingsprogramma. We verzamelen ook data voor de ontwikkeling van een simulator, zodat nieuwe vormers in de toekomst offline kunnen oefenen.”
Ook zichtbaarheid speelt een rol. “We laten zien wat we doen, met video’s en korte interviews met onze vormers. We laten
mensen zien dat dit misschien niet het meest bekende werk is, maar wel heel bijzonder.” Het doel is niet om grote aantallen op te leiden, maar om het vak te behouden. “We hebben er zelf misschien maar drie of vier extra nodig. Maar als niemand begint, verdwijnt het vak vanzelf.”
Ook vertellen hoe jij iets bijzonders doet?
Laat het ons weten via redactie@metaalunie.nl.