De economie, zegt D66 Tweede Kamerlid Jan Schoonis. In zijn eerste maanden in de Kamer zet hij stevig in op voorspelbaar beleid, minder belemmeringen voor ondernemers en meer verbinding tussen onderwijs en praktijk. Daarnaast maakt hij zich sterk voor een industriebeleid dat productie, innovatie en investeringen in Nederland en Europa houdt. Voor MKB-maakbedrijven ligt volgens hem de sleutel niet in steeds nieuwe kabinetsplannen, maar in ruimte, vertrouwen en duidelijke keuzes.
Schoonis kan zichzelf pas sinds vier maanden Tweede Kamerlid noemen, maar de rode draad in zijn verhaal loopt al veel langer. De Zeeuws-Vlaming werkte hiervoor als zelfstandige in de techsector, aan de commerciële kant van de markt. Niet in de metaal, zoals hij zelf zegt, maar wel in de wereld van technologie en digitalisering. Hij hielp Nederlandse techbedrijven de stap te maken naar Frankrijk en verbond ze daar aan grote Franse ondernemingen. “Mijn werk draaide om bruggen slaan, kansen zien en markten openen”, zegt hij. Die ervaring vormt, zoals hij het zelf ziet, de basis voor zijn politieke koers.
Fundament economie
Voor Schoonis is het belang van de MKB-maakindustrie dan ook volstrekt helder. Hij maakt meteen duidelijk dat hij de sector niet ziet als zomaar een onderdeel van de economie. “In mijn ogen is de MKB-maakindustrie de economie”, zegt hij. “Daar worden iedere dag het verschil, de banen, de innovatiekracht en de sterke regio’s gemaakt. Zonder MKB-maakindustrie zijn er geen nieuwe producten, is er geen technologische vooruitgang en ook geen stevige, regionale economische basis.” Dat in het verlengde van de koers van D66.
Ruimte en vertrouwen
Vanuit die overtuiging kijkt hij ook naar het nationale industriebeleid. Wie arbeids-productiviteit wil verhogen en innovatie in Nederland wil verankeren, moet volgens hem niet beginnen met nieuwe ingewikkelde blauwdrukken, maar met het wegnemen van drempels. “Ondernemers weten meestal zelf heel goed waar ze slimmer, sneller of efficiënter kunnen werken”, zegt Schoonis. “Het echte probleem is dat zij te vaak worden afgeremd. Vooral doordat regels en beleid in de afgelopen jaren te weinig voorspelbaar zijn geweest. Juist die onvoorspelbaarheid tast de investeringsbereidheid aan. Ondernemers willen wel investeren in technologie, digitalisering en vernieuwing, maar moeten dan wel kunnen vertrouwen op continuïteit.” Als het aan hem ligt, vraagt dat niet om wantrouwen en stapels nieuwe plannen, maar om ruimte en vertrouwen.
Breed peloton
Die benadering geldt nadrukkelijk ook voor de grote groep bedrijven die niet tot de koplopers behoort. Schoonis onderkent dat de voorlopers belangrijk zijn vanwege hun innovatiekracht en hun voorbeeldfunctie, maar hij kijkt juist ook naar het brede peloton. “Daar zit de echte schaal”, vindt hij. Pas wanneer niet alleen een kleine voorhoede, maar ook die grote middengroep stappen zet in digitalisering en automatisering, maakt de economie als geheel een sprong vooruit. Zijn antwoord ligt in praktische ondersteuning: “Niet nog meer rapporten en analyses, want die zijn er al genoeg, maar concrete hulp waarmee ondernemers echt verder kunnen.” Hij verwijst naar voorbeelden uit Zweden, waar bedrijven met praktische formats en handvatten worden geholpen. “Iedere mkb-ondernemer staat op een ander punt in de ontwikkeling en dus moet de ondersteuning concreet en toepasbaar zijn.”

Tekort vakmanschap
Minstens zo urgent is voor hem het tekort aan technisch vakmanschap. Ook daar begint de oplossing, zoals hij het ziet, met erkenning. “Nederland heeft vakmensen hard nodig en ondernemers merken als eerste dat die steeds moeilijker te vinden zijn. We moeten die aansluiting echt beter maken”, zegt Schoonis over de relatie tussen onderwijs en praktijk. “Binnen D66 is bewust speciale aandacht voor het mbo, juist om die verbinding te versterken. Daar zit nog duidelijk ruimte voor verbetering, omdat het uiteindelijk de ondernemers zijn die mensen opleiden, kansen bieden en de praktijk laten zien.”
Leren praktijk
Vanuit die gedachte is hij ook uitgesproken positief over praktijkgericht opleiden, bedrijfsvakscholen en hybride leeromgevingen. “Daar gebeurt het: op de werkvloer, dicht bij de ondernemer en dicht bij de praktijk. Juist daar kunnen mensen gerichter worden opgeleid. Daar ontstaat ook motivatie, omdat zij direct zien waar hun werk toe dient en hoe zij kunnen bijdragen.” Voor Schoonis hoort de vraag vanuit het bedrijfsleven leidend te zijn, waarna het onderwijs daarop moet aansluiten. In dat opzicht ziet hij zulke leeromgevingen niet als een extraatje, maar als een kern van hoe onderwijs voor de sector zou moeten werken.
‹‹ De ondernemer moet weer centraal staan. Niet pas achteraf, maar vanaf het begin ››
Defensiekansen
Ook bij publieke investeringen zoekt hij nadrukkelijk naar manieren om de opbrengst in Nederland te laten landen. De forse defensie-investeringen die eraan komen, bieden volgens hem een duidelijke kans voor MKB-maakbedrijven. Al beseft hij goed dat niet ieder bedrijf daar direct op kan aanhaken. “Juist daarom moeten we eerst kijken wat hier kan. Lukt dat niet, dan moet de blik op Europa worden gericht. En pas daarna verder naar buiten. Die redenering moet ook MKB-maakbedrijven een eerlijke kans geven.” Tegelijk ziet hij hier ook een opdracht voor ondernemers zelf: zich organiseren en inspelen op de kansen die eraan komen. Want dat er potentie ligt, daar laat hij weinig twijfel over bestaan.
Netcongestie prioriteit
Als er één onderwerp is dat hij zonder aarzelen kenmerkt als ‘topprioriteit’, dan is het netcongestie. “Ondernemers willen vooruit, investeren, verduurzamen en uitbreiden, maar lopen vast op een elektriciteitsnet dat onvoldoende ruimte biedt. Dat remt niet alleen individuele bedrijven, maar uiteindelijk de hele economie”, stelt Schoonis. Voor hem vraagt dit om twee sporen tegelijk: sneller bouwen aan extra capaciteit en slimmer omgaan met de ruimte die er al is. Daar hoort ook prioritering bij, benadrukt hij. Niet alles kan tegelijk en schaarste dwingt tot keuzes. Hij wil voorrang geven aan ondernemers die investeren, verduurzamen en economische toegevoegde waarde leveren. Daarbij ziet hij ook veel in creatieve, lokale oplossingen. Zoals samenwerking op bedrijventerreinen en energiehubs waar bedrijven samen slimmer omgaan met beschikbare capaciteit.
Minder regeldruk
Schoonis groeide op met het verhaal dat regels uit Den Haag ondernemers in de weg kunnen zitten. Tegelijk erkent hij dat regels niet zomaar bestaan. Toch is voor hem duidelijk dat het voor mkb-ondernemers te ingewikkeld is geworden en dat daar iets aan moet gebeuren. “We moeten het echt eenvoudiger maken”, zegt hij stellig. “Minder regels waar dat kan, meer Europese harmonisatie waar dat helpt en vooral meer stabiliteit. Onder-nemers moeten op beleid kunnen bouwen en er niet steeds door worden verrast.”
Ondernemer centraal
Als hij alles moet terugbrengen tot één doorbraak voor de MKB-maakindustrie, blijft hij bij dezelfde kern: “De ondernemer moet weer centraal staan. Niet pas achteraf, maar vanaf het begin. Bij de vraag of regels zinvol zijn, welke regels weg kunnen en hoe beleid ondernemers helpt in plaats van belemmert.” En als er dan toch één thema boven alles uitsteekt, dan is het voor hem zonder twijfel netcongestie. Daar ligt nu de hoogste urgentie. Want, zo besluit hij, “zolang het stroomnet vastloopt, loopt ook de groei van de MKB-maakindustrie vast.”