U bent niet ingelogd.

Stap 5. Gebruiken

Voor een optimaal resultaat gaat circulariteit ook na de bouwfase verder. Nadat het gebouw is opgeleverd, wordt het in gebruik genomen. Tijdens het gebruik moet er onder meer onderhoud worden verricht, wat circulair kan worden uitgevoerd. Daarnaast wordt ieder gebouw een keer afgebroken, waarbij het belangrijk is dat het vooraf bedachte plan rondom recycling en losmaak-baarheid ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Om deze redenen leg je het onderhoud en einde leven vast in een gebruiksplan.



5.1 Ga aan de slag met duurzaam onderhoud
Voor je duurzame gebouw heb je misschien gekozen voor hergebruikte materialen en producten. Voor deze producten is onderhoud erg belangrijk. Ze hebben misschien meer onderhoud nodig dan geheel nieuwe producten. Zijn de juiste reserveonderdelen wel voorradig? Voor dergelijk onderhoud kun je beter afspraken maken met de leverancier. Zo kun je voorkomen dat bij een klein gebrek meteen het gehele product wordt vervangen.

Andere vormen van duurzaam onderhoud zijn ‘als een dienst’-modellen, waarbij je producten afneemt als een dienst, in plaats van er zelf eigenaar van te worden. Hiermee is circulariteit al verankerd in de belangen van de leverancier.

5.2 Restwaarde na de bouw
Een ander onderdeel waarover je moet nadenken is circulariteit naar de toekomst. Wat gebeurt er als delen van het gebouw zijn afgeschreven? Wanneer je bij je ontwerp hebt gekozen voor materialen of producten met een lange levensduur, dan is er sprake van restwaarde. Je kunt deze restwaarden verzilveren en tegelijkertijd je impact verlagen door de producten een tweede leven te geven. Producten met een lange levensduur zijn daarnaast vaak onderhoudsarm, waarmee je ook op onderhoudskosten kunt besparen.

5.3 Zorg voor een goed naslagwerk
Voor een goed circulair onderhoud en sloop is goed naslagwerk essentieel. Zo moet je voor het onderhoud namelijk goed weten welke materialen in het bouwwerk of het product zijn toegepast. Dit is uiteraard ook erg belangrijk bij de recycling van de materialen. Als je tijdens de ontwerpfase slimme oplossingen hebt gevonden waarmee bouwmaterialen goed te scheiden zijn voor optimaal hergebruik, moet die informatie de sloper natuurlijk wel bereiken.

De meest gangbare vorm van dit naslagwerk is het materialenpaspoort. Het materialenpaspoort is het paspoort van het gebouw. Zo kun je hierin terugvinden welke materialen er zijn toegepast en waar en hoe ze zijn toegepast. Zo weet een toekomstig sloper wat er te ‘oogsten’ valt.

Een materiaalpaspoort kun je laten vastleggen bij platforms zoals ‘Madaster’, maar in eigen beheer kan natuurlijk ook. Een Excelsheet met de belangrijkste informatie kan al voldoende zijn.



Figuur 5.1 Voorbeeld van een materialenpaspoort via ‘Madaster’.

Menu