U bent niet ingelogd.

Nieuws Metaalunie Rechtsbijstand

29-5 / De opzegging van een overeenkomst tot aanneming van werk
mr. M.S. Bijlsma

Bevoegdheid tot opzegging
In tegenstelling tot de meeste ander overeenkomsten, is een overeenkomst tot aanneming van werk te allen tijde opzegbaar door de opdrachtgever. Het een en ander is expliciet bepaald in artikel 7:764 lid 1 BW. De ratio achter deze regeling is dat het belang van de opdrachtgever bij de niet-voortzetting van het werk mogelijk groter is dan het belang van de aannemer bij de voltooiing van het werk.

Een opdrachtgever heeft dus altijd de mogelijkheid de overeenkomst te beëindigen, ook wanneer er géén sprake is van een toerekenbare tekortkoming van de aannemer. Een opzegging door de opdrachtgever, zonder dat er sprake is van een tekortkoming van de aannemer, heeft echter wel financiële consequenties. Het uitganspunt is namelijk dat de aannemer er door de opzegging financieel niet op achteruit mag.

Financiële compensatie
De manier waarop de aannemer financieel moet worden gecompenseerd door de opdrachtgever, is geregeld in artikel 7:764 lid 2 BW. Er is in dit geval dus uitdrukkelijk géén sprake van een schadevergoeding, maar van een op zichzelf staande grondslag voor de compensatie van de aannemer vanwege de opzegging. De bepalingen van titel 6.1.10 BW (wettelijke verplichting tot schadevergoeding) zijn dan ook niet van toepassing.

In artikel 7:764 lid 2 is bepaald dat wanneer er een vaste aanneemsom is overeengekomen, de aannemer in beginsel recht heeft op betaling van de gehele aanneemsom, minus de besparingen die voor hem uit de opzegging voortvloeien. Praktisch gezien, komt het erop neer dat de kosten voor materiaal en arbeid die de aannemer door de opzegging niet (meer) heeft hoeven maken, niet hoeven te worden vergoed door de opdrachtgever. De gederfde winst over de gehele aanneemsom dient wel te worden vergoed, net als alle reeds (al dan niet vergeefs) gemaakte kosten.

Wanneer er geen vaste aanneemsom is overeengekomen, maar er is afgesproken dat er op regiebasis wordt afgerekend, zegt artikel 7:764 lid 2 dat de aannemer recht heeft op de reeds door hem gemaakte (materiaal)kosten, verrichte arbeid en de winst die de aannemer over het gehele werk gemaakt zou hebben.

In beide gevallen staat hier tegenover dat de aannemer wel het al gerealiseerde deel van het werk aan de opdrachtgever dient te leveren.

Bewijslast
Wanneer een vaste aanneemsom is overeengekomen is, zoals gezegd, het startpunt dat de gehele aanneemsom vergoed dient te worden door de opdrachtgever. Het is in beginsel aan de opdrachtgever om te stellen en te bewijzen dat de aannemer besparingen heeft kunnen realiseren door de opzegging. De bewijslast op dit punt ligt dus bij de opdrachtgever. Dat geeft de aannemer een belangrijk voordeel. Omdat de aannemer de partij is die over de relevante informatie beschikt, rust er op hem wel een vrij verregaande mededelingsplicht. De aannemer dient de opdrachtgever dus voldoende informatie te verschaffen om het hem mogelijk te maken de gerealiseerde besparingen in te schatten.

Wanneer er op regiebasis wordt afgerekend is het aan de aannemer om aan te tonen welke kosten hij heeft gemaakt en welke winst hij heeft gederfd. In dat geval mist de aannemer dus het bewijsvoordeel.

Onterechte ontbinding
Het komt regelmatig voor dat een opdrachtgever, ontevreden met het door de aannemer geleverde werk, in de veronderstelling is de bevoegdheid te hebben om de overeenkomst te ontbinden, en dat ook doet. Wanneer op een later moment blijkt dat de bevoegdheid tot ontbinding toch heeft ontbroken, omdat de aannemer niet (aantoonbaar) toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, zal de (onterechte) ontbinding in de regel als een opzegging in de zin van artikel 7:764 BW worden beschouwd. Dat heeft de consequentie dat de opdrachtgever, in plaats van mogelijk zelf recht te hebben op een schadevergoeding, de aannemer volgens de regels van artikel 7:764 lid 2 BW dient te compenseren.

Afwijken van artikel 7:764 BW
Artikel 7:764 BW is regelend recht. Contractspartijen zijn dus bevoegd bij overeenkomst van de regeling af te wijken. Omdat de regeling in de meeste gevallen gunstig uitpakt voor de aannemer/opdrachtnemer, is het vaak de opdrachtgever die in zijn voorwaarden een afwijkende, voor hem gunstigere regeling heeft opgenomen. Voor de opdrachtnemer is die noodzaak er veel minder. Er is er daarom voor gekozen om in artikel 19 van de Metaalunievoorwaarden een regeling op te nemen, die in grote lijnen overeenstemt met artikel 7:764 BW.

16-11 / Nieuwe privacyregels

Wellicht heeft u het al gehoord: er zit nieuwe privacywetgeving aan te komen. In Europa zal vanaf 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (“AVG”) gelden. De Wet bescherming persoonsgegevens komt daarmee te vervallen. In dit artikel zullen wij een aantal in het oog springende verplichtingen uit de AVG behandelen.

Om erachter te komen wat u moet doen om aan de AVG te voldoen, zult u eerst inzicht moeten krijgen in hoe u met persoonsgegevens omgaat. Het is daarbij handig uw bedrijf in verschillende administraties in te delen. Begint u bijvoorbeeld met de verkoop- en inkoopadministratie. U zult zich moeten afvragen welke persoonsgegevens u van klanten en toeleveranciers verzamelt en wat u met die gegevens doet.

Eén van de belangrijkste verplichtingen die op u rust is dat u uw klanten en toeleveranciers moet informeren over wat u met hun persoonsgegevens doet en waarom. Ook moet u bijvoorbeeld aangeven of u de gegevens aan derden doorgeeft, hoe lang u ze gaat bewaren en wat de rechten zijn van de personen die hun gegevens aan u verstrekken. Dit kunt u doen in een privacyverklaring of privacy statement, die u op uw website publiceert. Bij schriftelijk zaken doen, doet u er verstandig aan een schriftelijk exemplaar van deze verklaring aan uw klant of toeleverancier toe te sturen.

Het verzamelen en gebruiken van persoonsgegevens mag niet ‘zomaar’, u moet daarvoor een (goede) reden hebben. De AVG bepaalt welke redenen aan verwerking ten grondslag kunnen en mogen liggen. Bij de verkoop- en inkoopadministratie is één van de toegestane redenen dat u de overeenkomst met de klant/toeleverancier moet kunnen uitvoeren. Dat lukt natuurlijk niet (goed) als u niet over bepaalde persoonsgegevens beschikt (denk aan het woonadres van een consument aan wie zaken afgeleverd moeten worden). Als u de gegevens van uw klanten en toeleveranciers alleen gebruikt om de overeenkomsten met hen uit te voeren, hoeft u hen geen toestemming te vragen voor het verzamelen en gebruiken van hun persoonsgegevens.

Houdt u zich bij het verwerken van persoonsgegevens verder altijd aan de volgende regels: verzamel en gebruik persoonsgegevens alleen voor vooraf bepaalde (en aan de betrokkenen gecommuniceerde) doelen, verzamel en gebruik niet meer persoonsgegevens dan noodzakelijk om uw doel te bereiken, bewaar persoonsgegevens niet langer dan nodig, probeer vastlegging van onjuiste gegevens zo veel mogelijk te voorkomen en beveilig de persoonsgegevens met behulp van organisatorische en technische maatregelen.

Begin december 2017 zal Metaalunie een publicatie uitbrengen over de AVG. Deze uitgave gaat voornamelijk over de klant- en leveranciersadministratie. U kunt hierin nalezen hoe u in de praktijk verder invulling kunt geven aan bovenstaande verplichtingen. Er zit o.a. een voorbeeld bij van een privacyverklaring en een verwerkersovereenkomst. Vervolgens zullen wij in het eerste kwartaal van 2018 publiceren over de personeels- en loonadministratie en overige communicatie met personen die van belang zijn voor uw bedrijf. Kortom, houd onze communicatie-uitingen dus goed in de gaten!



Contact

Bel of mail ons                  

T (030) 605 33 44
F (030) 601 36 27

mr@metaalunie.nl