U bent niet ingelogd.
U bevindt zich hier: Kennisbank » CE-markering » NEN-EN 1090-1 » EN1090-1 update

EN1090-1 update

Op 1 juli 2014 is de co-existentieperiode van de Europese Norm EN1090-1 afgesloten. Alle bedrijven die constructie(s)(delen) voor bouwwerken fabriceren moeten voldoen aan de eisen die gesteld worden ten aanzien van de essentiële kenmerken, zoals die zijn beschreven in deze normen en de daaraan gerelateerde normen.
In de afgelopen jaren heeft Metaalunie, in samenwerking met Vereniging Samenwerkende Nederlandse Staalbouw (SNS), uitgebreid aandacht besteed aan de invoering van deze norm en de gevolgen voor de lidbedrijven.  Drie jaar geleden namen tijdens twee grote bijeenkomsten in Nieuwegein zo’n 400 bedrijven kennis van de consequenties. Recent is in 11 regionale bijeenkomsten, aan een kleine 1200 bedrijven, uitgelegd waar deze regels vandaan komen en wat men er voor moet doen als bedrijf.


Hieronder volgen de op dit moment urgente vragen die direct betrekking hebben op de situatie na het verstrijken van de co-existentieperiode.

Waar moet de fabrikant aan voldoen?
De fabrikant moet vanaf 1 juli een prestatieverklaring (DoP) opstellen als hij een product in de handel brengt dat valt onder de norm. Met het opstellen van die DoP neemt hij de verantwoordelijkheid op zich, dat het geleverde product ook daadwerkelijk overeenkomt met de in die verklaring opgegeven prestatie(s). De CE-markering moet aangebracht worden op de producten waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring afgeeft. De markering mag ook aangebracht worden op het begeleidende label, de verpakking of op de verkoopdocumentatie.

Wat is de positie van de opdrachtgever?
De opdrachtgever van de fabrikant mag er van uitgaan dat het product dat hij geleverd krijgt aan de wettelijke eisen voldoet en dus is voorzien van een CE-markering. De bouwer kan met een CE-gemarkeerd product gemakkelijker aantonen dat het bouwwerk aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet.

Wat zijn eventuele sancties?
Het is verboden om een bouwproduct in de handel te brengen zonder CE-markering als voor dat product een geharmoniseerde norm geldt waarvoor de co-existentieperiode is afgelopen. Dit is zo bepaald in het Bouwbesluit 2012. Dit verbod wordt strafrechtelijk gehandhaafd via de Wet op de economische delicten. Op basis daarvan kan een boete of gevangenisstraf worden opgelegd. Van strafrechtelijke handhaving wordt alleen in uitzonderlijke gevallen gebruik gemaakt.

Hoe wordt gehandhaafd?
De zachtste vormen van handhaving zijn het informeren en het waarschuwen. Helpt dat niet voldoende dan wordt de last onder dwangsom inge-zet. De overtreder moet vóór een bepaald moment de overtreding beëindigen. Doet hij dat niet, dan moet hij de dwangsom betalen. Het gaat daarbij om forse bedragen, zodat er daadwerkelijk een prikkel van uitgaat om de overtreding te beëindigen. Voor overtredingen die heel snel moeten worden beëindigd kan ook nog bestuursdwang worden ingezet. In dat geval zorgt de overheid voor beëindiging van de overtreding, echter wel op kosten van de overtreder.

Wordt er onderscheid gemaakt tussen een kwalitatief goed en slecht product?
Het niet naleven van de CE-markeringsverplichting betekent niet automatisch dat het product gevaar oplevert. Is dat echter wel het geval, dan zal de handhaving ingrijpender zijn. De fabrikant kan dan gedwongen zijn om het product terug te nemen, of om alsnog aanpassingen aan het product aan te brengen.

Wie is er verantwoordelijk voor de handhaving?
De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van de regels voor de CE-markering van bouwproducten. Hoe ze dat doet, staat op de website van de Inspectie (www.ilent.nl) beschreven. Toezicht en handhaving door de inspectie zal zich door de beschikbare capaciteit niet heel grootschalig manifesteren. Er wordt echter wel actief gehandhaafd, dus niet alleen op basis van signalering vanuit de markt. Het is overigens altijd mogelijk om misstanden te melden via ilent.nl/contact/melden, kies rubriek bouwen en wonen.

Zijn er uitzonderingen voor kleine ondernemingen?
De speciale regelingen voor zogenaamde micro-ondernemingen in de Verordening Bouwproducten zijn alleen van toepassing als het AVCP-niveau (Assessment and Verification of Constancy of Performance) 3 of 4 is. En niet op 2+ zoals voor de EN1090-1 het geval is. Het AVCP-niveau is het door de EU-commissie opgelegde controle-niveau en bepaalt wie verantwoordelijk is voor de typeproeven, monsternemingen en beoordeling en opvolging van het productiecontrolesysteem.

‘Niet seriematige productie’

De Verordening Bouwproducten bevat ook speciale regelingen voor niet-seriematig productie. Terwijl over dit onderwerp met de Europese commissie nog discussie wordt gevoerd, is het standpunt vanuit de handhaving expliciet en helder. Zodra er sprake is van een geordend productieapparaat/ proces, is er sprake van een seriematige productie en is de fabrikant genoodzaakt zijn fabricage controlesysteem te documenteren en te laten certificeren.

Hoe zit het met de leveranties van basismaterialen zoals profielen?
Er is een afspraak in de maak tussen de materiaal-handel, de certificerende instellingen en de overheid om een einde te maken aan een stuk administratieve dubbeling. Zo zouden staalleveranciers een DoP voor CE-markering kunnen leveren en hoeven geen attest 2.2 meer aan te leveren. Zodra deze afspraak is afgehecht tussen deze partijen zal Metaalunie u hierover berichten. Let op: er circuleert een notitie die ten onrechte voorzien is van logo’s van Metaalunie en SNS. Metaalunie en SNS zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud ervan.

Kan ik nu nog een cursus volgen om aan de EN1090-1 norm te gaan voldoen?
Ja dat kan. Kijk onder CE-markering ondersteuning en opleiding voor het aanbod aan cursussen en workshops.
Real Time Web Analytics